Techniek

Op deze pagina vind je handige tips over de techniek van je kitcar.

Tochtruitjes

Tochtruitjes

Naar aanleiding van de vele vragen over mijn zelfgemaakte “tochtruitjes” het volgende.
Ik heb deze gemaakt op de bestaande BROOKLAND screens van mijn Le Patron. Zie foto.
Het materiaal, dat ik hiervoor gebruikt heb, is een stuk plastic glas met een dikte van 6 mm. Het middelste ruitje heb ik op papier doorgeknipt, zodat het op een A4 kon. Dit is dan gemakkelijker om na te maken. Met een decoupeerzaag heb ik het uitgezaagd en de buitenste randen die in het zicht vallen rond gepolijst.
Laat de rondingen van de tochtruitjes in lijn vallen met de BROOKLAND-screens.
Aluminium profiel, te koop bij diverse doe-het-zelf-zaken, waar de ruitjes in passen.
Ter bevestiging aan de BROOKLAND-screens, heb ik uit een RVS plaatje, dikte 1 mm, de beugeltjes gemaakt. Zie foto’s met de blauwe achtergrond.
Ter bevestiging van de tochtruitjes in het aluminium profiel, zou ik dit nu doen met een soort kit, in plaats van schroefjes. Dit geeft een mooier uiterlijk en is eenvoudiger.

Hier de PDF-bestanden van de afmetingen om uit te printen:
Mal tochtruitjes midden
Mal tochtruitjes links en rechts

Tekening met afmetingen RVS-beugel

Hopelijk een ieder hiermee een plezier gedaan te hebben.

Thieu Heijnen

tochtruitjes
Accu

De accu

De accu in onze 2CV auto onderscheidt zich niet van andere accu’s. Het grootste doel van de accu is de mogelijkheid om de motor elektrisch te kunnen starten. De benodigde energie hiervoor zit opgeslagen in de accu.
De auto accu is speciaal ontworpen voor het starten. Hierbij is een grote hoeveelheid energie nodig in een korte tijd. Er bestaan ook ‘stationaire’ of ook wel ’tractie’ accu’s genoemd. Deze kunnen langer een lagere constante stroom leveren.
De accu is opgebouwd uit een aantal cellen van gelijke capaciteit. In de cel bevindt zich een positieve en een negatieve plaat. De lood-accu is relatief eenvoudig van opbouw.
De accucel bestaat uit twee platen, een elektrode (plaat) van fijn verdeeld zuiver lood (Pb) en een tweede elektrode (plaat) met lood( oxide (PbO2). De twee elektroden bevinden zich in een elektrolyt (vloeistof). Dit is een oplossing van gedistilleerd water met verdund zwavelzuur (37%).
Nadeel is dat zwavelzuur een zeer corrosieve werking heeft. Voordeel is dat de opbouw van de accu relatief goedkoop is.
Elke cel levert 2,1 volt. Door de cellen in serie te zetten zal de spanning bij elke toegevoegde cel met 2,1 volt verhoogd worden. Vroeger was een accu van 6 volt ( 6,3 volt) opgebouwd uit drie in serie geschakelde cellen. Tegenwoordig bestaat de start accu van een auto uit zes in serie geschakelde cellen, de 12 volts accu (12,6 volt dus eigenlijk)
Wanneer een accu wordt ontladen, ontstaat er een elektronen stroom. Tijdens het ontladen vormt zich een laagje loodsulfaat op beide platen. Tijdens het opladen wordt het loodsulfaat weer omgezet in lood en lood(IV)oxide. Ook komt tijdens het ontladen water vrij uit het electrodemateriaal. Met een zuurweger is de procentuele lading van een accu te bepalen aan de hand van de zuurgraad van het elektrolyt.
Een ontladen accu kan hierdoor dan ook bevriezen. Dit is natuurlijk erg schadelijk voor de accu Het advies is om een start accu  maximaal 20% van zijn maximale capaciteit te ontladen. Een diepere ontlading zal de capaciteit van de accu snel verminderen. Deze negatieve eigenschap wordt veroorzaakt doordat de start accu relatief dunne platen heeft. Hierdoor treed er sulfatering op de platen op. Dit is een harde, niet geleidende laag die de werking van de accu verslechtert.
De eerder genoemde ‘stationaire’ of ook wel tractie accu’s genoemd zijn hier minder gevoelig voor maar zijn ook een stuk duurder.
Waarom dan 12 volt in plaats van de 6 volts accu? Als de spanning verdubbelt, halveert de stroom bij hetzelfde afgenomen vermogen. Dit heeft als voordeel dat de bedrading naar de startmotor bij 12 volt dus dunner kan worden dan bij een 6 volt accu. ( P = U * I, Vermogen = Spanning * Stroom). Vergelijk het met water door de tuinslang, als de druk (spanning) hoger wordt kan er meer water (stroom) doorheen vloeien.
Dit verklaart ook dat auto’s met een 6 volt start accu soms lastiger starten. Als er maar ergens in het circuit tussen de accu en startmotor weerstand optreedt, dan is dit gelijk een groter probleem dan bij een zelfde overgangsweerstand in een 12 volt systeem.
Vrachtwagens hebben een 24 volt accu. Het benodigde vermogen om een vrachtwagen motor te starten is nog groter.
De capaciteit van de accu wordt uitgedrukt in ampère-uur, afgekort Ah. De accu van onze 2CV is standaard 44Ah. Dit betekent dat er gedurende 10 uur (h) 4,4 ampère (A) afgenomen kan worden. De 10 uur is een afgesproken tijdseenheid. Is er een langere tijd vermeld door de fabrikant op de accu dan ligt de te meten capaciteit bij 10 uur lager. (Geen lineair gedrag).
Een koplamp trekt ongeveer 4,5 ampère (I = U/P => 55W/12,6 = 4,3A) en zou dus theoretisch bijna 10 uur kunnen branden. (Niet doen, diep ontladen is slecht voor de accu!).
De kortsluitstroom is een gegeven die  vaak ook vermeld wordt door de fabrikant. Onze 44Ah accu kan bij volledige kortsluiting wel 1500 ampère leveren. Als dit zonder zekeringen door de bedrading van de auto gaat vloeien dan zal deze bedrading letterlijk in rook op gaan! Nooit direct bedrading op de accu aansluiten, plaats er altijd een zekering tussen met een juiste waarde.
Houd de accu goed geladen is het advies. Ook tijdens de winterstop waar velen van ons mee te maken hebben. De start accu ontlaadt zichzelf met ongeveer 1 tot 5% per maand afhankelijk van het type. Zonder dat er ook maar iets op aangesloten is.
Dit betekent dat na enige maanden de beschikbare energie al aardig gezakt is en de 20% ontladings- grens begint te naderen. Ook het loodsulfaat op de elektroden (platen) wordt dan geleidelijk in een minder actieve vorm omgezet. Dit laat dan los van de elektroden en zakt naar beneden in de sedimentatieruimte van de accu onder de platen. Er kan dan zelfs kortsluiting optreden als er teveel los komt. De accu is dan niet meer bruikbaar doordat een of meerdere cellen niet meer werken.
Een volledig ontladen accu heeft een spanning van 11,8 volt. Als de accu net opgeladen is zal dit 13,2 volt bedragen en na enige tijd zakt de spanning terug naar 12,6 volt.
Tijdens het laden van de accu mag de spanning nooit hoger worden dan 14.4 volt. Vanaf deze spanning gaat het waterdeel van het elektrolyt zich scheiden in waterstof en zuurstof. Dit verlaat de accu, dit gasmengsel is zeer explosief!
Ook bij een onderhoudsvrije accu verdwijnt dit water uit de accu, maar kunt u dit helaas niet bijvullen…
Het is dus van belang de accu te laden en onderhouden met een ‘slimme’ acculader. Vooral in de motorfietsen wereld zijn erg goede accu laders te vinden omdat motorliefhebbers gedurende de winter de motorfiets ook voor een langere tijd niet gebruiken.
Deze laders houden de accu in de gaten en laden de accu af en toe bij met een kleine stroom (druppellader). Ook zijn er laders die de sulfatering van de accu proberen tegen te gaan.
Een bijna defecte accu kan dan ook maar beter vervangen worden dan hier nog enige tijd mee door te rijden.
De spanning zakt tijdens het starten vaak naar zo’n laag niveau dat (elektronische) ontsteking niet goed meer werkt, en de motor slaat dan ook slecht aan. Start de motor toch nog, dan moet in sommige gevallen de dynamo / alternator zulke grote laadstromen leveren dat de levensduur van deze onderdelen verkort wordt..
Bij een accu met een defecte cel zal het laden nooit stoppen. De gewenste spanning wordt namelijk nooit bereikt en dit kan dan ook oververhitting van dynamo / alternator  tot gevolg kunnen hebben.

Berto van Oorspronk.

Accu Doorsnede
Accu Schema
Accu Lader
KitcarCar3
KitcarCar3

De kitcar-kar

Zeker drie keer per jaar gaan we met onze Lomax kamperen, waarbij in de eerste jaren tent en andere kampeerbenodigdheden in de bagageruimte werden “geperst”(ondergebracht). De wat grotere tent die we sinds enkele jaren bezitten kon echter niet meer in de bagageruimte en werd vervoerd op het bagagerekje, wat ons geen veilig gevoel gaf. Daarom besloten we afgelopen winter tot de aankoop van een EZS motorbagagewagentje dat via marktplaats al vrij snel (voor een kwart van de nieuwprijs) lukte.
Nadat een niet soepel draaiend wiellager was vervangen is het bagagewagentje in de kleur van de Lomax gespoten.
Hierna moest er een trekhaak gemaakt worden waarbij gebruik gemaakt is van een strip van 60x 4 mm., een U profiel van 40x60x40x 3mm. en een pijpje van rond 40 mm. waarin een eindstuk met kogel bevestigd kon worden. Na wat slijp en laswerk was de trekhaak gereed.
Voor de bevestiging aan het chasis is gebruikgemaakt van de origineel wat verstevigde bevestigingspunten van de ooit verwijderde brug over de tank en een in elk chasisuiteinde geboorde gat. De gebruikte bouten moeten op de boutkop zijn voorzien van de kwaliteitsaanduiding 8,8. Na de aansluiting van de elektra kon het bagagewagentje achter de Lomax gekoppeld worden.
Nadat de bestelde nieuwe witte kentekenplaat was bevestigd restte nog de aanpassing van het kentekenbewijs waarop geen trekgewichten vermeld stonden. Daarvoor heb ik een brief geschreven aan de RDW, afdeling VRD, Postbus 30000, 9640 RA Veendam met de vraag om vermelding van de toegestane trekgewichten op mijn kentekenbewijs. Ook een kopie van een legitimatiebewijs (paspoort of rijbewijs) is meegestuurd. Binnen een week had ik een nieuw kentekenbewijs op creditcardformaat binnen met daarop de trekgewichten: Tech. Max. massa AHW (geremd) 400 kg en (ongeremd) 280 kg.
Dit jaar is er al bijna 2000 km. met het bagagewagentje gereden, o.a. met de kitcarvakantie naar Epernay. De Lomax heeft er geen enkel probleem mee om de maximaal toegestane snelheid 90 km. per uur te bereiken. De extra bagageruimte is erg fijn en maakt het inpakken minder “persend” waardoor we er al veel plezier aan hebben beleefd.

Arie de Koning

KitcarCar1
KitcarCar2
foto 1 253x300
foto 1 253x300

Onderhoudbare olievulpijp

Voor de echte doe het zelver!!!
Gek word je er van, telkens weer die olie lekkage bij brilrubbers, nokkenas kleppendeksels door overdruk in je motor. Een clublid maakte mij attent op zijn olievulpijp die hij had gekocht bij eendengarage Eindhoven waar geen rubber meer aan te pas komt, maar een metalen membraam.
Toen ging er bij mij een lampje branden en ben gaan zoeken op internet. Daar stond een afbeelding van een dergelijke pijp met een gedemonteerde “Breather”. Dan zie je de binnenkant nog niet, maar omdat ik in de auto-industrie werk en daar wat back-up kan vinden, waren we er snel genoeg uit hoe het werkte en hebben het nodige materiaal bij elkaar gezocht en aan het draaien en freezen gegaan.
Ik ben begonnen met het “buitenwerk’ (foto rechtsonder). Dat is een roestvrijstalen naadloze pijp met een exacte binnendiameter van 38,00. Deze Breather/olievulpijp is namelijk ook kleiner en dunner dan de originele of (Chinese imitatie) vulpijp. Daarop een pijpje gelast en een terugloop pijpje voor afvoer van de spetter olie.
Daarna was het “voetje” (foto) met de verbindingsflens aan de beurt. Je kan ook de originele van een oude vulpijp afzagen en gebruiken.
"voetje"
Toen het “binnenwerk” (foto). Je moet een dubbele wand creëren, waardoor de overdrukgassen kunnen afvloeien aan de buitenkant, maar die tevens ook dient als olievulkanaal aan de binnenkant.

binnenwerk
Bij elk gaatje e.d. wat je maakt, kan dus olie tijdens het vullen naar plaatsen stromen waar het niet hoort. Dus heb ik 4 gaatjes geboord, waardoor de gassen van het midden naar de buitenwand kunnen stromen en geen olie tijdens het vullen, omdat deze gaatjes sluiten door 0,1 mm. dikke verenstalen membraampjes (foto). Deze veren makkelijk weg als de motor draait om de gassen af te voeren en sluiten gelijk als de motor stopt en kun je olie vullen zonder problemen, al adviseer ik toch een trechter met lage tuit en een zeefje te gebruiken.
foto 4
Ook geven deze klepjes een extra dimensie om vacuüm te creëren. Dan het hart van het geheel, de breather zelf, of te wel het “membraam’ (foto). Dat is van aluminium met de viton “O”-ring in de zijkant verwerkt voor een perfecte afdichting, bij de originele zit deze los om het bovendeel waardoor je hem kapot kan draaien als je hem te strak aandraait, hier niet, zodat je wel strakker aan kan draaien waardoor de schroefdraad als extra afdichting kan werken.
Dan het metalen membraam. Daarvoor heb ik een oude membraam gebruikt van een APRILLA scooter. De aanslag super glad polijsten en controleren of hij 100% sluit. Daarna het binnenwerk in de mantel gelast en ook het voetje eronder.
Het geheel samen gebouwd en toen de test! Druk met je vinger het kleine terugloop pijpje dicht en blaas in het voetje. Er kwam voldoende lucht uit en dis ging de test verder door aan het voetje te zuigen, doe dit niet te lang anders stik je!!! Zo goed sloten de membraampjes. Er kwam geen spat lucht terug.
k heb het “geheel” (foto rechts) een kleurtje gegeven en op de motor gebouwd. Starten en testen!!! Ik kreeg een onderdruk van 78 cm. waterkolom, het geen inhield dat de olie niet meer in de buurt van de lekkageplekken durft te komen. Kortom missie met succes volbracht.
Je kan deze constructie ook goed reinigen als je hem open draait, en eventueel het membraam vervangen mocht dit ooit nodig zijn, dus een onderhoudbare olievulpijp!!!

Groeten en succes,
Harry Rijkers.

ger foto 1 0002 201x300

Buisjes in de cilinderkop vastzetten

Jullie kennen wel het beeld van een gedemonteerde cilinderkop van de 2CV-motor. Aan de cilinderzijde steken er twee aluminium buisjes uit de kop. In deze buisjes/ pijpjes zittend e stoterstangen die in- en uitlaatklep bedienen. Maar deze buisjes vormen ook het afvoerkanaal voor de olie van de cilinderkop naar de carter. De uiteinden van de buisjes sluiten aan op de carter en worden afgedicht met de bekende “brilrubbertjes”.
Na verloop van tijd worden deze rubbertjes wat hard en begint daar olie te lekken. Je moet dan de cilinderkop demonteren en nieuwe brilrubbers monteren. Dat is best een flinke klus: dus altijd nieuwe brilrubbers plaatsen als de “kop” er af is geweest (ze kosten geen drol”)”.
Let er wel op dat je de kop voorzichtig monteert. Je moet “met gevoel” de pijpjes in de gaten van het carter plaatsen. Je kunt dat niet zien omdat de brilrubbers er voor zitten. Denk niet: “Ik draai de cilinderkopmoeren aan, dan gaan de pijpjes wel in de gaten”. Het gevolg is dat de pijpjes kapot gaan. (Ik spreek uit ervaring)
Tijdens een kitcarvakantie had ik een ander probleem ontdekt. Er lekte wat olie uit de cilinderkop ter plaatse van één van de buisjes. het valt te verwachten dat zo’n lekkage in de loop van de tijd erger wordt, dus een mooi klusje om er in de winter iets aan te doen!
Toen de cilinderkop gedemonteerd was, kon ik duidelijk zien dat de buisjes in de kop zijn geplaatst en bevestigd door een persing van binnenuit.
Het “persen” van het buisje wilde ik herhalen; daarom heb ik er een hulpstuk voor gemaakt. Het is he principe van een keibout (zie foto links).
Door een moer vast te draaien wordt een stukje rubberslang ingedrukt en zo naar buiten geperst. Als proef is dat op een cilinderkopbuisje uitgeprobeerd; …. en jawel, er kwam een dikke ribbel in het buisje. Met dit stukje gereedschap kun je het buisje op verschillende dieptes in de cilinderkop vastklemmen.
Ik ben ook nog even naar Godfried gegaan. Hij heeft een conische drevel waarmee je de bovenrand van het buisje in de kop kan vastslaan (zie foto).
Conische drevel
Sla voorzichtig (het is aluminium!!!) met een hamer op de drevel en aan het geluid kun je het goed horen als het buisje vast in de kop komt te zitten.
 
Het buisje zit dus nu zowel aan het uiteinde als wat dieper in de cilinderkop vast. Bij een eerste proefrit heb ik geen olielekkage meer gevonden, dus alles lijkt goed!!!

Groeten van Ger-Kitcar- de-Vrieze

ger2 foto 2

Onderhouden stuurarm en stuurkogel

Dit belangrijke onderdeel van de 2CV wordt nogal eens verwaarloosd. De donor-auto is vaak jarenlang niet goed onderhouden en de stuurkogel is soms ver afgesleten. In plaats van een ronde stuurkogel is dat onderdeel tot een afgeplatte knop geworden.
Als deze slijtage nog maar beperkt is, kun je de knop nog iets bewerken zodat deze weer een ronde bol vormt. Gebruik een nauwkeurige schuifmaat om de diameter van de kogel in alle richtingen te meten. Een nieuwe stuurkogel heeft een diameter van 23 mm. Als de kleinste diameter in de buurt van 19 mm komt moet je de stuurarm met kogel vervangen.
Om de slijtage aan de stuurkogel te voorkomen moet je deze regelmatig van nieuw smeervet voorzien. Doe dat tenminste één keer per jaar en bij intensief gebruik nog vaker.
Om de kogel te smeren moet je de stelmoer en de buitenste cup verwijderen. De stofhoes kun je van het kogelgewricht afschuiven tot op de stuurarm (zie foto 1).
stuurarm en kogelgewricht
Maak alles goed schoon en doe er dan nieuw smeervet in. Om deze werkzaamheden te kunnen doen moet je eerst het wiel verwijderen. Als je een keer de stuurarm hebt gedemonteerd, slijp dan een stukje af van het onderste deel van de verticale as onder de kogel (zie foto 2)
verticale as onder de kogel
Je kunt dan later de stofhoes gemakkelijker van het kogelgewicht afschuiven en de kans dat de hoes beschadigd wordt veel kleiner. Als je nieuwe stofhoezen nodig hebt, kies dan voor de originele kwaliteit. De goedkopere imitatiehoezen gaan erg snel stuk.
Om de opsluitmoer van de stuurkogel los en vast te schroeven kun je zelf een goed passende sleutel maken van een stukje hoekstaal (15×15 mm, lang circa 18 cm, zie foto 5)
Let op! Sommigen proberen de opsluitmoer los of vast te schroeven door met een schroevendraaier en een hamer te slaan. Dit zal onherroepelijk leiden tot beschadiging van de moer en de schroefdraad. De vervanging van de gehele stuurarm is nodig!
Met een simpele modificatie kun je de stuurkogel gemakkelijk doorsmeren. Neem de opsluitmoer en plak in de holte van de buitenzijde een plaatje of ring. Boor in het hart van de opsluitmoer met een plaatje een gat en tap daar draad in. Monteer daarna een vetnippel. De extra ring is nodig omdat de vetnippel aan de ander zijde van de opsluitmoer niet mag uitsteken (zie foto 3 en 4)

 vetnippel in opsluitmoer vetnippel
Let op! Er zijn vetnippels met verschillende schroefdraad. Ik heb de nippels genomen die ook elders aan de 2CV worden gebruikt (schroefdraad M7). De cups ter weerszijden van de stuurkogel hebben in het midden een gat. Op deze manier kun je het smeervet dus direct naar de stuurkogel persen. Je kunt de smeernippel bereiken met een vetspuit die van een flexibele persslang voorzien is. Het wiel hoeft niet verwijderd te worden.
zelfgemaakte sleutels
Om de vetnippel te monteren, kun je zelf een stuk gereedschap maken. Een eenvoudige oplossing is te maken door een stukje verwarmingspijp (buitendiameter 22 mm.) te gebruiken. Je moet dan aan één zijde stukjes wegvijlen zodat er 4 tandjes blijven staan die in de inkepingen van de opsluitmoer passen. Aan het andere eind van het pijpje boor je gaten waardoor een schroevendraaier gestoken kan worden. Zo heb je weer een passende sleutel (zie foto 5).
Let op! Als je zo’n stukje pijp gaat halen, neem dan een iets langer stuk mee. Later zal je zien dat we met dezelfde maat pijp nog een ander stuk gereedschap kunnen maken.
Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze

vliegwiel 2

Het vliegwiel en het schoonmaken van de versnellingsbak

Bij het monteren of demonteren van de drukgroep/koppeling, het vliegwiel of de poelie, is het handig om het vliegwiel te kunnen blokkeren. De bouten kunnen dan gemakkelijk worden los- of vastgeschroefd. Je kunt het vliegwiel proberen te blokkeren met een schroevendraaier in de ene hand en met de andere hand de bouten aandraaien. Je begrijpt al; dat gaat niet eenvoudig! Om het vliegwiel te blokkeren kun je zelf een eenvoudig hulpmiddel maken. Van een staalstrip – ongeveer 20 x 3 x 120 mm.- buig je een beugel die met de uiteinden in de vertanding van het vliegwiel past (foto vliegwielblokkeerbeugel)
Deze beugel plaats je vóór een draaieind waarmee de versnellingsbak aan de motor wordt gemonteerd. Als je de beugel tegen het draaieind aandrukt, blijft deze zitten en heb je beide handen vrij voor het montagewerk.
Toen ik een versnellingsbak uit de donorauto had gehaald, heb ik deze schoongemaakt. Ik had een aantal liters wasbenzine nodig om dat klusje te klaren. Toen kreeg ik van een tip van één van onze clubleden. Voor het schoonmaken van vieze vette onderdelen moet je het ontvettingsmiddel “Dasty”gebruiken. Je koopt dat in een spuitflacon bij de Wibra. Met één flacon krijg je een versnellingsbak stralend schoon. Gewoon inspuiten en borstelen met een afwasborstel en een tandenborstel voor de kleine hoekjes. Even goed naspoelen en ook deze klus is geklaard. Het is een wondermiddel!!!

Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze

lagerbus met bout moer en blokkerstrip

Toplager

Als aan het vliegwiel werkt vervang dan ook het toplager. Dat is de lagerbus die in het midden zit (in het uiteinde van de krukas). In deze bus steunt de price-as van de versnellingsbak. De lagerbus is van sinter-brons. Dat is een koperlegering die olie kan opnemen en daardoor een goede smerende eigenschap heeft. Denk er dus aan dat de nieuwe lagerbus eerst een tijdlang “vol” moet trekken in een bakje met olie.! De lagerbus kost maar een paar euro, dus het is niet wijs om deze niet te vervangen als je er goed bij kunt.
De vraag is: “Hoe krijg ik de oude bus eruit?” Er zijn meerdere methoden bruikbaar. Je kunt bijvoorbeeld de ruimte vullen me vet en dan een goedpassende as er in slaan. Door de korte – maar hevige – druk van het vet wordt de bus naar buiten gedrukt. Je moet dan wel een goedpassende as hebben (“Wie heeft die?”).
Een Heel eenvoudige methode is het gebruik van een M7 bout en moer (zie foto. Die heeft iedere 2CV sleutelaar!) 
Je schuift een M7-moer door de lagerbus naar de ruimte achter de bus. Deze moer kan er maar net doorheen. Met een kleine schroevendraaier zet je de moer rechtop, zodat er een bout ingedraaid kan worden. Deze bout draai je er slechts enkele omwentelingen in. Nu schuif een dun stripje metaal langs de bout. Door de top van de strip iets om te buigen kan de strip naast de moer worden geduwd. De moer kan nu onmogelijk door de bus naar voren schuiven en ook niet meedraaien als je de bout aandraait. Door de bout er in te draaien wordt de bus naar buiten gedrukt. De oude lagerbus moet je nog één maal gebruiken. de nieuwe lagerbus moet zover naar binnen gebracht worden dat de keerring er vóór gemonteerd kan worden. Om het de nieuwe lagerbus het laatste stukje in de opening te brengen gebruik je de oude lagerbus als stempel. Zie zo,…. weer een klus geklaard!
Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze

hulpstuk demonteren kleppen 0002

De kleppen

Allereerst worden de cilinderkoppen van de motor gedemonteerd. Bij de kitcars die rijwindkoeling hebben kun je daar gemakkelijk bij. De cilinderkoppen bij de 2CV-motor zijn anders dan bij de Visa-motor. De kop van de 2CV-motor is voorzien van klepstoterpijpjes, de Visa-motor niet. Let op ….., bij de Visa-motor schuilt hier een gevaar. Bij deze motor stekken de klepstoters door kanalen die in de cilinderwand zijn opgenomen. Als je de kop- met de klepstoters- van de cilinders verwijdert, dan komen de klepstoters klem te zitten in de kanalen (de kanalen lopen schijn door de cilinderwand). Een kleine beschadiging of verbuiging van de klepstoters kan later leiden tot  het totaal kapot draaien van de motor. Bij het demonteren van de koppen van de Visa-motor moeten daarom eerst de tuimelaars worden verwijderd en de klepstoters worden uitgenomen. Pas daarna kan de cilinderkop worden verwijderd!
Na demontage, ieder onderdeel goed inspecteren en noteren waar get vandaan komt (zodat je later bij het monteren bijvoorbeeld de onderdelen van links en rechts niet verwisselt). De cilinderkop kun je voorzichtig on de bankschroef plaatsen (gebruik wel beschermers!). Als de tuimelaars zijn gedemonteerd zijn we toe aan het demonteren van de kleppen. Voor dit werkje zijn speciale hulpstukken te koop. Maar iets kant-en-klaar kopen, dat doen “wij hobbyisten” natuurlijk niet. Als het enigszins kan maken we dergelijke hulpstukken zelf.
In het stuk “stuurarm en stuurkogel”  heb ik reeds aangegeven dat we nog een stuk verwarmingspijp (diameter 22 mm) moeten bewaren voor later. van dat stukje pijp gaan we een hulpstukken maken om de kleppen te (de)monteren. Neem een stukje pijp van ongeveer 8 cm lang. Boor een gat dwars door de pijp op ongeveer 25 mm afstand van het uiteinde (eerst met een boor van 4 mm, daarna met tussenstapjes vergroten tot 10 mm). Nu met een ijzerzaag aan beide zijden van de pijp een stukje wegzagen tussen het boorgat en het uiteinde van de pijp. Zo blijven er dus twee “lippen” van de pijp staan. (zie foto)

hulpstuk demonteren kleppen 0002

Deze uiteinden moeten een beetje worden afgeschuind zodat de uiteinden precies in de schotel van de klepveer passen. Met het hulpstuk en een lijmtang kan de klepveer worden aangespannen. Het hulpstuk wordt geplaatst op de veerschotel en het draaistuk ban de klem wordt midden op de klep geplaatst (zie foto’s).

demonteren klep
plaatsen hulpstuk

Houdt de lijmklem – samen met het hulpstuk- goed vast, anders schiet de hele “handel” weg. Als de klepveer voldoende is aangespannen kunnen de twee spieën aan het einde van de klepsteel worden verwijderd. Dat gaat het gemakkelijkst met behulp van een staafmagneet. Als de spieën verwijderd zijn moet de lijmtang worden losgedraaid, zodat de klepveer voorzichtig wordt ontspannen. Nu kan de veer en de klep worden verwijderd. Inspecteer de klep en de klepzitting goed,. Het kan zijn dat er “leksporen” te zien zijn.

Het monteren van de klep gaat uiteraard in omgekeerde volgorde. Om het spieën goed te kunnen aanbrengen moet er een lik vet in de inkepingen van de klepsteel worden gesmeerd. De spieën blijven dan plakken als die met een kleine schroevendraaier op de juiste plaats worden gedrukt.

Denk er aan dat je altijd de klepsteeldichters vernieuwt (die kosten niet vel. Zie foto).

klepsteelafdichter

Deze “sealings” kunnen het gemakkelijkst worden aangebracht na het plaatsen van de klepsteel. Let op!!! De in- en uitlaatklep zijn verschillend van dikte, dus ook de diameter van de sealings is verschillend. De grootste klep heeft de dunste steel. Om deze kunststofringen aan te drukken kan gebruik gemaakt worden van het uiteinde van een koperen waterleiding met een diameter van 12 mm.. Een stuk van deze waterleiding kan ook gebruikt worden bij het slijpen van de kleppen (als steel aan de zuignap).

Wat hieronder staat is niet volgens de regels van een vakman. De 2CV-motoren zijn allemaal oud en hebben meer of minder slijtage. Bij een grondige revisie van de motor zullen de kleppen en de klepzittingen worden vervangen. Als de slijtage niet te veel is kan een totale revisie nog wel even wachten. De hobbyist zal; graag zoveel mogelijk zelf willen doen, ook al is het resultaat niet optimaal. (Mijn stelling is: “Wil je een goede betrouwbare en comfortabele auto; koop dan een Japanner of iets anders van deze tijd. Maar wil je lol en sleutelen; bouw dan een kitcar!”)

De oude kleppen zijn in meer- of mindere mate ingevreten en ingeslagen in de zittingen. De kleppen kunnen schoon gemaakt worden door deze in de boormachine te zetten. Het beschadigen van de klepsteel niet worden voorkomen. Dat kan  door een stukje koperen waterleidingbuis -diameter 10 mm.- om de lengterichting open te zagen en dat over de klepsteel te plaatsen (zie foto).

klepsteel met stukje koperen waterleidingbuis

Plaats de klepsteel nu in de boormachine en laat deze snel ronddraaien. Tegen de klep kan fijn schuurpapier worden gedrukt, totdat het geheel weer egaal blank is. Met een doek en fijn polijstpaste wordt de klep weer spiegelend glad. Ook de klepzitting wordt met een boormachine met viltschijf en polijstpasta schoongemaakt.

Maak alles daarna grondig schoon en plaats de klep (met wat vet om de steel) in de zitting. Nu kan het slijpen van de klep beginnen. Gebruik daarvoor een stokje met zuignap. Deze wordt op de klep geplaatst, zodat de klep kan worden rondgedraaid. Tussen de kleprand en zitting wordt schuurpasta aangebracht (eerst “grof” en later “fijn”) Het draaien van de klep kan met de hand, maar het gaat een stuk sneller met een boormachine. Om de stok-met-zuignap in een boormachine te kunnen plaatsen heb ik de plastic steel vervangen door een stukje koperen buis (diameter 12 mm.). Let op; de boormachine wisselend linksom en rechtsom laten draaien met een laag toerental! Zorg dat er steeds nieuwe slijppasta wordt aangebracht (er mag geen “ijzer op ijzer” schuren). Het aanbrengen van de slijppasta kan het beste met een klein kwastje. Licht de klep iets op, zodat de pasta tussen de klep en de zitting komt.

Het schuren moet met weinig druk gebeuren. De zuignap werkt daar aan mee, want met te veel druk “plakt” de zuignap niet aan de klep. Tussentijds de klep en de zitting grondig schoonmaken en het resultaat beoordelen. Het geschuurde vlak is goed te zien. Het moet gelijkmatig zijn. Volgens het “boekje” mag de maximale breedte van het contactvlak van de inlaatklep 1,45 mm zijn en van de uitlaatklep 1,80 mm. Bij vrijwel alle (oudere) motoren zijn de kleppen dieper ingeslagen en is het contactvlak groter (soms wel twee keer zo breed). Door het schuren van de klep in de boormachine (met schuurpapier) kan het contactvlak verkleind worden. Je maakt de diameter van de klep wat kleiner. Uiteraard kunnen daarbij de slijphoeken van de klep en de zitting niet “volgens het boekje” worden gemaakt. Het kan betekenen dat de kleppen n a enige tijd niet goed afsluiten. Dan is een revisie van de cilinderkop alsnog nodig (nieuwe kleppen en zittingen). Voor de sleutelaars is er dan weer een nieuw hobby-moment.
Op de foto de hulpstukken voor het (de)monteren van de kleppen.

hulpstukken voor kleppen demonteren

Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze

remtrommel 0001 300x224

Remtrommels en wiellagers

In dit artikel gaan we de (achter-) remtrommels verwijderen en de wiellagers vervangen. Het demonteren van de remtrommels is ook nodig als je de remschoenen wilt vervangen.
Let op! Een remtrommel demonteren lijkt gemakkelijker dan het is. Allereerst moet je een goed passende sleutel hebben om de naafmoer los te draaien. De sleutelmaat is 44 mm.. Vele 44-doppen zijn echter aan de buitenzijde te groot om binnen de lageropsluit-ringmoer te passen (diameter 62 mm.). Je zult de buitenzijde van de dop dan op een draaibank moet afslijpen. Dat kun je zelf doen met een geïmproviseerde draaibank. Zelf heb ik een dop van Facom (K44~A) met 3/4-inch  aansluiting. Je hebt echt wel een 3/4-inch dop en draaistang nodig, omdat het veel kracht vergt om de naafmoer door de borging heen te draaien. De dop van Facom past exact binnen de lageropsluit-ringmoer en dat is van groot belang, omdat we deze dop ook geschikt gaan maken om deze ringmoer los en vast te draaien. Als de naafmoer is verwijderd, dan kan de remtrommel worden verwijderd. Dat gaat niet gemakkelijk, omdat de remschoen bij het verschuiven van de trommel iets gaat kantelen en daardoor de zaak klem zet. Zorg er eerst voor dat de stelnokken van de remschoenen helemaal naar binnen gedraaid zijn. Daarna kun je proberen om de trommel er af te halen door deze heen en weer te bewegen. Om deze klus gemakkelijker te maken, heb ik een trekker gemaakt van een oude wielnaaf van de voor-as.

remtrommel 0001 300x224
remtrommel2

Je kunt ook een trekker maken van het middelste deel van een wiel.

Nu de remtrommel eraf is, kun je de remschoenen vernieuwen en het wiellager vervangen. Het wiellager zit opgesloten achter een grote ringmoer. De binnen diameter is 62 mm.. De buitendiameter is bij de 2CV/ Dyane kleiner dan bij de Ami/Acadiane. (Let op! Dat geldt ook voor de lagers.) Nieuwe Lagers voor de Ami zijn moeilijk te vinden en zijn aanmerkelijk duurder.

De ringmoeren zijn geborgd door centerpunten. Deze moet je eerst een stukje uitboren (4 mm. boor) voordat je de ringmoeren gaat losdraaien. Ik heb een aantal keer gezien dat een sleutelaar de ringmoeren los tikt met een doorslag en een hamer. Doe dat niet!!! De ringmoer en de remtrommel raken dan zwaar beschadigd.

beschadigde ringmoer 300x228

Overigens zal de schroefdraad toch wel iets beschadigd zijn door de borging. Je kan de draad een beetje herstellen met behulp van een schroefdraadvijl. Dit stuk gereedschap is voor de kitcarsleutelaar een heel mooi verjaardagscadeau.

schroefdraadvijl

e moet goed gereedschap gebruiken. Mijn eerste poging om de de ringmoer los te krijgen was het maken van een sleutel van staaltrippen (30×6 mm.), maar die was niet sterk genoeg om de ringmoer los te krijgen. Een goede oplossing is het aanpassen van de dopsleutel 44.

aangepaste dopsleutel

In de rand van de dop worden twee uitsparingen geslepen. (Gebruik een haakse slijptol met een dunne doorslijpschijf.) De uitsparingen moeten 8 mm. breed en 12 mm. diep zijn. In deze uitsparingen wordt een stang gelegd die precies moet passen in de uitsparingen in de dop en in de uitsparingen van de ringmoer.
Gebruik een stang Chromvanadium  anders is het niet sterk genoeg. (Ik heb een stuk draai-stang van een oude doppenset gebruikt.) De ringmoer kan heel erg vast zitten, dus je moet de remtrommel stevig in de bankschroef vastzetten. Om te voorkomen dat de (aangepaste) dopsleutel uit de ringmoer springt, moet je er een lijmklem op zetten.

losmaken ringmoer van remtrommel

Dat kan als je een stevig houten blok aan de achterzijde van de remtrommel legt. De ringmoer die ik moest losdraaien kwam pas los toen ik de draaistang van de dopsleutel met een pijp van ongeveer een meter had verlengd. Er is dus brute kracht voor nodig.

Het monteren van het lager gaat in omgekeerde volgorde. Een nieuwe of schoongemaakte lager moet van kogellagervet worden voorzien. Vul de ruimte voor ongeveer 1/3 deel. (Dus niet helemaal vullen met vet.) Zorg er voor dat er absoluut geen vuil in het lager komt. Plaats altijd een nieuwe kering voor het lager. Vergeet niet om de ringmoer te borgen door er twee centerpunten in te slaan.

Het vervangen van de lagers van de voorwielen gaat op een zelfde wijze. Het lager zit in het fuseehuis. Meestal zal het wel lukken om de lageropsluit-ringmoer los te krijgen zonder de wielarm te demonteren. Zorg dan wel voor een goede ondersteuning van de fusee als je veel kracht moet zetten.

De wiellagers zijn nu in orde en we hebben weer enkele speciale gereedschappen gemaakt.

Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze

afstand meten tussen remschoen en trommel

De achterrem

In dit artikel gaan we de achterremschoenen vervangen en afstelen. Uiteraard gaan we ook een verbetering aanbrengen!
Al onze “2CV’s” zijn door de tand-des-tijds aangetast. Van de meeste achterremmen zijn de moeren van de stelnokken sterk beschadigd. In combinatie met het vastroesten van de stelnokken heb je dan een groot probleem om de remmen te stellen. Het is zeer aan te bevelen om de stelnokken van een robuuste moer te voorzien.
Gebruik daarvoor een M10 koppelmoer. Zaag die doormidden, maak één kant taps (met een vijl) en las deze moer op de stelnokmoer aan de achterzijde van de remankerplaat.
De stelnok heeft nu een forse 17 mm. moer en daar kun je veel kracht op uitoefenen zonder deze te beschadigen.

achterzijde van remankerplaat 0001 239x300

Ik ga er vanuit dat je bij het sleutelwerk gebruik maakt van de 2CV-vraagbaak van P.H. Olving. (Let op; in dat boek is in de tekening van de achterrem een verwisseling van de nummers 9 en 10 bij de benaming van de onderdelen.) Op de meeste punten hoef ik hier niet in te gaan. Er zijn echter twee zaken die meer aandacht verdienen. Het gaat om de plaats van de remschoenen en het afstellen van de excentrieken.
In één set remschoenen zitten meestal twee verschillende remschoenen. Het verschil zit in de afstand tussen de “top” van de metalen schalen en de remvoering. Bij de ene schoen loopt de remvoering door tot aan de top en bij de ander zit daar over enkele centimeters geen remmateriaal. Bij het punt waar de remschoenen scharnieren is een zelfde verschil te zien.

scharnieren van remschoen

(NB! Er zijn vervangingssets in de handel waarbij de beide remschoenen gelijk zijn.) Het verschil in de plaats van de remvoering is in verband met de draairichting van het wiel. De voorste remschoen’”steekt” tegen de draairichting in en levert daardoor meer remkracht dan de achterste remschoen. Door het verschil in remvoering wordt de remkracht per remschoen beter verdeeld. Let op! De remschoen met de langste kale stuk aan de top (bij de remcilinder) moet aan de voorkant (rijrichting van de auto) zitten!
Nog een tip: schuin de uiteinden van de remvoering iets af (met een vijl of schuurpapier). De rem zal daardoor fijner aangrijpen!
Het afstellen van de excentrieken is niet zo eenvoudig. Met de excentrieken kunnen de scharnierpunten van de remschoenen worden verplaatst. De bedoeling is dat het onderste gedeelte van de remvoering – ruststand- dicht bij de remtrommel ligt. De remvoering kan dan over een grote lengte tegen de remtrommel worden gedrukt. De excentrieken moeten afgesteld worden met gedemonteerde trommels. Je kan de afstand tussen de remschoen en de trommel dus niet direct meten. Citroën heeft een speciaal hulpmiddel om deze afstelling te doen, maar we kunnen het ook met behulp van een schuifmaat. 

afstand meten tussen remschoen en trommel
afstand meten tussen remschoen en trommel2

Eerst meet je in de remtrommel de afstand van de binnenring van het wiellager tot aan de trommelwand. De wiellagers moeten daarbij goed aangesloten liggen. Door een meetlat in de binnenring te plaatsen kun je de afstand tot de trommelwand meten (dat zal zo rond de 72 mm. liggen). Deze maat fixeer je op de schuifmaat. (Je kan de maat ook bepalen door de diameter van de remtrommel te meten en de diameter van de as (= 36 mm.) er af te trekken en dat door 2 te delen. Je moet dan wel een grote schuifmaat hebben!)
Je kunt nu de remschoenen monteren, zonder de moeren op de scharnierpunten echt vast te zetten. Zorg ervoor dat de stelnokken zijn teruggedraaid. Je draait nu de excentrieken zodanig aan dat de onderste punt van de remvoering iets binnen de eerder bepaalde maat ligt. Je meet dat met de schuifmaat vanaf de as. Controleer deze maat over de gehele lengte van de remvoeringen.
Daarna kun je – voor proef- de remtrommel monteren en met de stelnokken de remschoenen afstellen. In feite stel je daarmee de “toppen” van de remvoering af. Probeer nu voorzichtig de remtrommel te verwijderen. (Zodanig de stelnokken iets uitdraaien.) Daarna kun je de maat tussen de buitenkant van de remvoering en de as nauwkeurig meten en zo nodig de excentrieken nog wat bijstellen.
Als alles goed is, kun je de moeren van de scharnierpunten vastdraaien en borgen. Daarna de remtrommel en het wiel monteren. Nu nog de stelnokken nauwkeurig afstellen … en klaar is de klus!!!

Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze

carburateur

De carburateur monteren

In dit artikel gaan we aandacht besteden aan het monteren van de carburateur.
De carburateur wordt met vier moeren gemonteerd op de flens van het spruitstuk. In het spruitstuk zijn tapeinden gedraaid. De draad van deze tapeinden is “gewoon” M8. Je moet echter wel erg zuinig zijn op de vier moeren. Dat zijn M8-moeren met een sleutelmaat van 12 mm. (Dus niet 13 mm., zoals gebruikelijk is.) Ook zijn de moeren “extra hoog”. Dit type is moeilijk te vinden. (Ik heb nog geen winkel gevonden die deze kan leveren.)
Als je – bijvoorbeeld- na een motorrevisie de carburateur gaat monteren, kun je dat het beste doen door de carburateur eerst op het spruitstuk te monteren en dan het geheel op de motor aanbrengen. Maar wil je alleen de carburateur demonteren en monteren dan is dat heel lastig want je kunt er moeilijk bij.
Zo-wie-zo is het moeilijk om een sleutel op de moeren te plaatsen. De ruimte rond de moeren is erg klein en je kan maar een heel kleine slag maken. (zie foto)

carburateur

Slechts op één van de moeren aan de achterzijde kan een ringsleutel worden geplaatst. Ook voor een normale steeksleutel is er geen ruimte.

carburateursleutel

Om dit probleem op te lossen kun je zelf een “Carburateursleutel” maken. Hiervoor heb ik een zeer slanke steeksleutel van het merk STAHLWILLE gebruikt met sleutelmaten 10 en 11 mm.. In de steel van de sleutel heb ik twee scherpe knikken gebogen.
De sleutel-openingen heb ik , met een vijl, vergroot tot respectievelijk 11 en 12 mm. (die 11 mm. is niet nodig voor de carburateur, maar kan elders goed van pas komen!)

De wanden van de sleutelopening zijn nu dus dunner dan van een “normale” steeksleutel 12 mm. Dit geeft extra ruimte om de moeren te kunnen draaien. Als de carburateur van de motor af is, neem dan de gelegenheid te baat om de ruimte rond de moeren wat te verruimen. Met een vijltje en/of Dremel kun je wat materiaal weghalen, dat geeft je veel gemak bij het monteren.

Er is nog een mogelijkheid om de montage van de carburateur eenvoudiger te maken. )Bij voorbeeld als je geen 12 mm. moeren hebt.) Bij de kitcars, waarbij de “hotspot” in het spruitstuk verwijderd is, kun je de onderzijde van de flens van het spruitsstuk bewerken. Je maakt dan vlakke stukken ter plaatste van de tapeinden. De gaten van de tapeinden boor je uit (8,5 mm.) en je kan dan de carburateur monteren met de M8-bouten, waarbij “gewone” M8-moeren aan de onderzijde van de flens worden gebruikt. Om de moeren aan te draaien heb je maar een kleine slag, maar het lukt wel.

2 trekveren voor gasklep

Nog één puntje wil ik noemen: Kijk goed naar de haken aan het eind van de trekveer van de gasklep. Het komt veel voor dat die verregaand zijn doorgesleten. Als de haak breekt dan zal de gasklep geheel open blijven staan. Het gevolg is dat de motor “over de toeren wordt gejaagd” en onherstelbaar beschadigd kan worden. Zelf heb ik gekozen voor het monteren van twee veren. Deze moet je dan wel minder strak spannen, zodat de kracht op de as van de gasklep niet toeneemt.

Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze

materialen voor maken versnellingsppookknop 300x221

Versnellingspookknop

De 2CV en ook vele van onze kitcars, hebben een bijzonder schakelschema. Waar bij vele auto’s de “1” zit, schakel je bij de “eend” de achteruit in. een vergissing kan grote gevolgen hebben. Het zal niet de eerste keer zijn dat een kitcar na een stop bij een verkeerslicht plots een stuk achteruit rijden als het licht op groen springt.
Om de kans op een vergissing zo klein mogelijk te maken gaan we de zwarte pookknop vervangen door een sierlijke houten pookknop waarop het schakelschema is aangegeven.
Het eerste wat je moet zoeken is een geschikt stuk hout. De kleur en het nerfpatroon moeten je aanstaan. Ik heb twee knoppen gemaakt bij wijze van proef. De één is van Bankyrai (een restant van een hardhouten schuttingpaal) en de ander van eikenhout (dat heb ik uit een stapel haardhout gevist). Je ziet, ik gebruik voor de bouw van de kitcar bijvoorkeur afvalmateriaal.
Waar je goed op moet letten is dat het hout echt goed droog is. Het kan vele jaren duren voordat vers hout echt goed droog is. (google op internet “hout drogen”.)
Van het gekozen hout moet je eerst de juiste lengte afzagen (Let op dat het onder- en bovenvlak evenwijdig moet zijn.). Nu kun je in het hart van het blok in de lengte doorboren. Gebruik hiervoor een boortje van bijvoorbeeld 4 mm.. Doe dat in de kolomboor, dan weet je dat de doorboring recht op de vlakken is. Nu kun je met een gatenboor een ronde uitsparing maken in het bovenvlak van het blok (rond 25 mm.) en een uitsapring in het ondervlak (rond 15 mm.). De uitsparing aan de bovenzijde maak je net zo diep als het inlegplaatje met het ingeslagen schakelpatroon dik is (Ik gebruikte aluminium van 3 mm.). De uitsparing aan de onderzijde kun je wat dieper maken (5-8 mm.).
Nu moet je de doorboring vergroten tot 8 mm.. Dan kun je er een draadeind van M8 doorheen steken en het  houtblokje inklemmen met ringen en moeren. Gebruik voor de diepe uitsparing aan de onderzijde een opvulling van een stukje buis (koper leiding 10 mm.).

houten versnellingspook 0001

Met een fijne zaag en houtrasp wordt het blokje grof in model gebracht (bolvormig, langwerpig of taps, al naar gelang je wenst). Voor de fijne afwerking plaats je het blokje met het draadeinde in de boormachine. Terwijl het blokje ronddraait houd je er schuurpapier tegenaan. Eerst gebruik je grof schuurpapier met een stevige steun er achter, daarna fijn schuurpapier. Net zo lang doorgaan tot je een gladde knop krijgt met een mooie vorm. In de doorboring van 8 mm. tap je aan de onderzijde een schroefdraad van M10. Dat is de maat van de schroefdraad aan het einde van de schakelpook. Je kan de knop nu op de schakelpook schroeven.

knop op schakelpook

Wat we nu nog nodig hebben is een plaatje met het schakelpatroon er op. Ook dat kun je zelf maken. Ik gebruikte daarvoor slagletters/ -cijfers van 4 mm. Het is moeilijk om alle cijfers even diep in te slaan. Daarom heb ik een trucje verzonnen.
Met een lijmklem heb ik alle tekens op de juiste plaats bijeengeklemd en het geheel met de bankschroef in een aluminiumplaatje geperst.

voorbeeld schakelpatroon 300x191
hulpmiddel voor schakelpatroon maken 300x233

Voor de afwerking wordt het hout 5 keer afgelakt met blanke scheeslak en het aluminiumplaatje wordt mooi glanzend gepolijst. De tekens en lijnen worden met zwarte verf gevuld. rest nog om het plaatje met blanke lijm in de knop te plakken en de knop op de pook te schroeven (al of niet met lijm).
Zo nu hebben we een schakelpookknop met het schakelschema er op. Ik weet dat er kitcarbouwers zijn die een nog veel mooiere knop hebben gemaakt, maar dit is een product dat ik kan maken met de middelen die ik heb. Het zelf doen met (afval-) materiaal en met eigen middelen is voor mij het uitgangspunt bij de bouw van mijn kitcar. Het gaat om de hobby van het zelfbouwen en dat is leuk. 
 
Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze

moer lassen op poelie

De poelietrekker

Wij- kitcarbouwers- zijn meestal een beetje eigenwijs, omdat wij denken dat we op eenvoudige wijze de techniek van de 2CV kunnen verbeteren. Als het zo eenvoudig is om de techniek te verbeteren dan had Citroën dat destijds wel gedaan. Toch geeft het ons plezier om iets te bedenken dat ook nog blijkt te werken. Het zal meestal geen “verbetering” zijn, maar het valt in de categorie “zo kan het ook”.
Toch is er één onderdeel dat we echt kunnen verbeteren. Eigenlijk vinden we daarvoor het bewijs bij de Citroën zelf. Het betreft de poelie p de krukas die de dynamo aandrijft. Deze poelie moet verwijderd worden als je bij de contactpunten en de andere ontstekingsdelen wil komen. Om de poelie te verwijderen moet de bout in het hart van de poelie met een pijpsleutel worden losgedraaid en met een flinke klap met een hamer tegen de pijpsleutel komt de poelie los van het tapse einde van de krukas. Alle sleutelaars hebben zich er over verbaasd dat je een harde klap moet geven. Dat druist in tegen ons besef dat je nooit mag slaan op gelagerde onderdelen.
Dat de  Citroën-techneuten er uiteindelijk ook zo over dachten blijkt wel bij de aanpassing van het motorontwerp om deze geschikt te maken voor de Visa. In de poelie van de Visa-motor is een voorziening opgenomen om de poelie met een eenvoudige trekker los te nemen. Het bijzondere is dat het losnemen van de poelie bij de Visa-motor eigenlijk nooit nodig is, omdat deze motor standaard voorzien is van een elektronische ontsteking die zich niet achter de krukaspoelie bevindt.
In de beschrijving en de beelden zal ik een standaard poelie aanpassen voor gebruik in een kitcar met rijwindkoeling. Het waaiergedeelte van de poelie moet worden verwijderd. Ook de aansluiting voor de slinger moet eraf. Door het verwijderen van de slinger-aansluiting is het niet meer mogelijk om de poelie met een flinke klap los te maken. Het maken van een voorziening t.b.v. een poelietrekker is daarom noodzakelijk. Met behulp van een montageklem maken we van de boormachine een eenvoudige “draaibank”.
Door het hart van de poelie steken we een draadeind (M12). Ik heb gemerkt dat in het hart van de poelie een gat zit van 12 mm., maar er zijn er ook die daar een gat hebben van 11 mm.. Je moet dus -zo nodig- het gat opboren tot 12 mm.. Met de door de poelie gemonteerde draadeind kunnen we de poelie in de boormachine plaatsen en zachtjes laten ronddraaien. Met een haakse slijpschijf kan dan de flens van de waaier van de poelie worden afgeslepen. ook de aansluiting voor de slinger wordt er zo afgeslepen.

demonteren van poelietrekker
gedemonteerde poelietrekker

Let op de veiligheid. Doe dit werk met twee mensen en gebruik goede handschoenen en veiligheidsbril!
Na het afslijpen kun je met een schuurpapier de draaiende poelie ook gemakkelijk blank schuren. wat we nu nog moeten doen is een moer in het midden van de poelie vastlassen. 

moer lassen op poelie

Neem daarvoor een moer met de schroefdraad 12 x 1,25 mm.. Die kun je gemakkelijk vinden, want dat is de maat van de wielmoeren van de 2CV. Uiteraard moet je de flens die aan de wielmoer zit verwijderen. De hoekjes van de zeskanten van de moer moet je een heel klein beetje afvijlen. Dan past de moer precies goed vast in de opening. Je kan daarvoor een montagepunt van de schrokbreker gebruiken, die heeft ook schroefdraad 12 x 1,25 mm.. De moer wordt vastgelast. Nu de las en het voorvlak van de moer goed glad afslijpen en de poelie is klaar. uiteraard nog even een paar lagen primer en lak aanbrengen.

vernieuwde poelie

Je kan de poelie nu monteren met een “gewone” M10 bout. (Een RVS-bout staat wel zo fris.) De M10 bout past precies binnen de schroefdraad van de ingelaste 12 mm. moer.
Als je de poelie wilt verwijderen, dan draai je de M10 bout er uit en je draait er een “trekker” in met schroefdraad 12x 1,25. Het eerste deel van deze bout (de “trekker”) moet tot een dikte van 8 mm. afslijpen. Deze diameter heeft vrije doorgang in de schroefdraad van M10.
Door de fijne schroefdraad van de poelietrekker kun je poelie zodner veel kracht te zetten los trekken.
Zo, nu hebben we het werk van de Citroën-constructeurs toch verbeterd!!!!!

Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze

auto op krik 0001

Veilig opkrikken van de auto

Jullie kennen wel het beeld van een kitcar die je hebt opgekrikt om de wielen van de grond te krijgen. Dan moet je één kant van de auto echt heel hoog optillen. Om te voorkomen dat de auto van de krik afglijdt gaan we een eenvoudige voorziening maken.

auto op krik 0001

Om een “eend-achtige-auto” op te krikken moet je op je garagekrik de tilschotel vervangen door een dwarsbalk. Ik heb daarvoor een vierkante buis, 40×40 mm, lang 60 cm, genomen en daaraan een massief rond stuk gelast (diameter 30 mm., lang 70 mm.). De vierkante buis heb ik met vilt (stuk ondertapijt) beplakt.

vierkant buis met vilt op krik

Je moet echt werken met een dwarsbalk die goed vast steekt in krik, dus niet met een losse balk op de schotel van de krik. De auto wiebelt dan gemakkelijk van de krik af en dat kan erg gevaarlijk zijn!

hoekprofiel chasis auto voor krik

Om te voorkomen dat de auto van de krik af schuift moet je aan de onderrand van het chassis stukjes hoekprofiel bevestigen.
Breng die aan op de plaats waar de balk van de krik komt als je de krik onder de auto schuift (en je met de krikboom nog kan “pompen”). Deze plaats zal ongeveer in de buurt zijn van de voor- en achterwielen. Op deze plaats is de kans erg klein dat de aangebrachte hoekstukjes stuk gaan op een verkeersdrempel.

slede in chasis auto voor krik

Bij de kitcar die ik aan het bouwen ben bevestig ik sledes onder de randen van het chassis (omdat ik de kitcar erg laag ga afstellen). Voor het plaatsen van de krik maak ik uitsparingen in de sledes.

De allerbelangrijkste tip: nooit, nooit, nooit onder een auto werken die alleen op de krik rust. Je moet dan altijd een stevige ondersteuning aanbrengen, al was het maar een stapel stoeptegels. Ik wens jullie veel “veilig” sleutelplezier.

Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze

waterdichte en veilige kabeldoorvoering

Kabel doorvoeren

Het elektra in auto’s is vaak een bron van ongemakkelijke storingen. Een zorgvuldig uitgevoerde bekabeling kan veel ergernis voorkomen. Op plaatsen waar kabels een wand kruisen kan de isolatie beschadigen en zal er kabelbreuk of kortsluiting ontstaan.
Om een wand “veilig” te kruisen moet er in het gat in de wand een zogenaamde doorvoertule worden geplaatst. In de handel zijn vele vormen en afmetingen verkrijgbaar, maar als je iets speciaals zoekt is het moeilijk te vinden.

verschillende doorvoertule

Als je een donorauto sloopt moet je alle nog goede doorvoertules bewaren, je hebt dan al een aardig voorraadje. Let op dat voor een kabelkruising in een polyester wand een tule nodig is met een bredere spleet in de omtrek.
Het doorvoeren van een nieuwe kabel door een tule is gemakkelijk, maar als je een kabelbundel -met stekkers en al- wil doorvoeren dan lukt dat niet. Daarvoor gaan we een ander oplossing maken.
In de wand maken we een gat dat groot genoeg is om de stekker er door te steken. We maken in een metaalplaatje een gat met dezelfde afmeting. Dat plaatje bevestigen we met enkele boutjes aan de wand. Tussen de wand en het plaatje bevestigen we een stuk rubbermat met daarin een gat dat precies rond de kabel past. Door een snede te maken van het gat naar de rand van het rubber, kan het rubber op de kabel geschoven worden. Als het rubber tussen de wand en het plaatje wordt geplaatst en het geheel wordt met de schroeven stevig vastgezet, dan is er een waterdichte en “veilige” kabeldoorvoer. Als je wilt kan je in één doorvoer meerdere kabels aanbrengen.
Voor de foto’s heb ik een stuk hardboard een doorvoer voor een kabel met een stekker gemaakt.

materiaal voor kabeldoorvoeren
waterdichte en veilige kabeldoorvoering


Zo, nu kunnen we een kabel met stekker en al op een goede manier door een plaat steken.
Ik wens jullie veel sleutelplezier.

Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze

tomtom gps stemversterker 1

Stemversterker TomTom

Vele kitcarrijders zullen ook wel eens met een GPS gereden hebben naar een onbekende bestemming.
Helaas schiet je daar niet veel mee op, want bij mooi weer zie je niet/ nauwelijks het beeldscherm en door het motorgeluid hoor je de stem helaas niet.
Eigenlijk moet je een GPS hebben met een oortelefoon aansluiting zoals die voor motorrijders bestaat, maar deze zijn vrij prijzig. ( > 200, – euro).
Dit voorjaar viel mijn oog op een Conrad aanbieding van een bouwpakket voor een ‘in ear  stereoversterker’, die mensen met minder gehoor kon helpen om TV/Radio geluid zelf op te peppen, zonder dat andere toehoorders direct naar oor beschermers moesten grijpen.
Enfin, de raderen gingen bij mij draaien en van dit bouwpakket maakte ik een stemversterker voor mijn TomTom.
Constructie:
Het idee was om de beide microfoons niet op de printplaat, maar aan een kabeltje te verbinden. Ik gebruikte een kabeltje van een oortelefoon.
TomTom GPS stemversterker bouwpakket voor kitcar rijder
De microfoons ingetapet en door middel van klittenband bij de luidspreker van de TomTom gekleefd.
Kan op ieder moment zo weer los en TomTom blijft ongewijzigd!
De stroomvoorziening was 4,5 Volt met een batterijhouder. Gelukkig verbruikte de versterker weinig stroom, zodat ik er wekenlang plezier van had. Provisorisch tapete ik het geheel in met tape, want er was geen tijd om er een kastje van te maken.
Het werkte perfect! Geen versterkt motorlawaai, maar de heldere stem van TomTom’s Eva leidde mij door menig grote stad. (‘Houd links aan’ en ‘Na 100m rechtsaf’, enzovoort).
Definitieve versie:
Na enig zoekwerk bij Conrad een doosje gevonden waar het printplaatje na enig vrees- en boorwerk in kon.
 TomTom GPS stemversterker bouwpakket gereed voor kitcar rijder
Ook heb ik de voedingsspanning aangepast voor 12 Volt.
De beide stereomicrofoons met vulkaniserend tape ingetapete voor mechanische sterkte ten opzichte van het kabeltje en voorzien van een stukje klittenband voor koppeling met de luidspreker van de TomTom. Zorg er ook voor dat de versterker uiteindelijk spatwater dicht is. Je weet tenslotte maar nooit of je in een regenbui terecht komt.

 Onderdelenlijst t.b.v. GPS stemversterker voor Kitcars:
1.    Bouwpakket Super Stereo Ear – Conrad bestelnr. 190915-89    € 9.99
2.    Doosje voor bouwpakket – Conrad bestelnr. 530805-89 € 2,09
3.    Stereo oortelefoon van bijv. Action of Kruidvat ca.  € 3 – € 6
4.    Stereokabeltje voor microfoon van oud/defect oortelefoontje.
5.    2-aderig luidsprekersnoer ( 1 meter) met ‘plus’ markering.
6.    Een beetje geduld bij het bouwen.

Voor Kitcarrijders, die niet zo handig zijn met het gedane handwerk, bied ik mij aan om het te bouwen voor 25, – euro (all-in en uiteraard getest).

Met vriendelijke groet,
Theo de Waal
Vragen?  06-44 604 907 of vandewaal@planet.nl