Techniek
Op deze pagina vind je handige tips over de techniek van je kitcar.


















Deze uiteinden moeten een beetje worden afgeschuind zodat de uiteinden precies in de schotel van de klepveer passen. Met het hulpstuk en een lijmtang kan de klepveer worden aangespannen. Het hulpstuk wordt geplaatst op de veerschotel en het draaistuk ban de klem wordt midden op de klep geplaatst (zie foto’s).


Houdt de lijmklem – samen met het hulpstuk- goed vast, anders schiet de hele “handel” weg. Als de klepveer voldoende is aangespannen kunnen de twee spieën aan het einde van de klepsteel worden verwijderd. Dat gaat het gemakkelijkst met behulp van een staafmagneet. Als de spieën verwijderd zijn moet de lijmtang worden losgedraaid, zodat de klepveer voorzichtig wordt ontspannen. Nu kan de veer en de klep worden verwijderd. Inspecteer de klep en de klepzitting goed,. Het kan zijn dat er “leksporen” te zien zijn.
Het monteren van de klep gaat uiteraard in omgekeerde volgorde. Om het spieën goed te kunnen aanbrengen moet er een lik vet in de inkepingen van de klepsteel worden gesmeerd. De spieën blijven dan plakken als die met een kleine schroevendraaier op de juiste plaats worden gedrukt.
Denk er aan dat je altijd de klepsteeldichters vernieuwt (die kosten niet vel. Zie foto).

Deze “sealings” kunnen het gemakkelijkst worden aangebracht na het plaatsen van de klepsteel. Let op!!! De in- en uitlaatklep zijn verschillend van dikte, dus ook de diameter van de sealings is verschillend. De grootste klep heeft de dunste steel. Om deze kunststofringen aan te drukken kan gebruik gemaakt worden van het uiteinde van een koperen waterleiding met een diameter van 12 mm.. Een stuk van deze waterleiding kan ook gebruikt worden bij het slijpen van de kleppen (als steel aan de zuignap).
Wat hieronder staat is niet volgens de regels van een vakman. De 2CV-motoren zijn allemaal oud en hebben meer of minder slijtage. Bij een grondige revisie van de motor zullen de kleppen en de klepzittingen worden vervangen. Als de slijtage niet te veel is kan een totale revisie nog wel even wachten. De hobbyist zal; graag zoveel mogelijk zelf willen doen, ook al is het resultaat niet optimaal. (Mijn stelling is: “Wil je een goede betrouwbare en comfortabele auto; koop dan een Japanner of iets anders van deze tijd. Maar wil je lol en sleutelen; bouw dan een kitcar!”)
De oude kleppen zijn in meer- of mindere mate ingevreten en ingeslagen in de zittingen. De kleppen kunnen schoon gemaakt worden door deze in de boormachine te zetten. Het beschadigen van de klepsteel niet worden voorkomen. Dat kan door een stukje koperen waterleidingbuis -diameter 10 mm.- om de lengterichting open te zagen en dat over de klepsteel te plaatsen (zie foto).

Plaats de klepsteel nu in de boormachine en laat deze snel ronddraaien. Tegen de klep kan fijn schuurpapier worden gedrukt, totdat het geheel weer egaal blank is. Met een doek en fijn polijstpaste wordt de klep weer spiegelend glad. Ook de klepzitting wordt met een boormachine met viltschijf en polijstpasta schoongemaakt.
Maak alles daarna grondig schoon en plaats de klep (met wat vet om de steel) in de zitting. Nu kan het slijpen van de klep beginnen. Gebruik daarvoor een stokje met zuignap. Deze wordt op de klep geplaatst, zodat de klep kan worden rondgedraaid. Tussen de kleprand en zitting wordt schuurpasta aangebracht (eerst “grof” en later “fijn”) Het draaien van de klep kan met de hand, maar het gaat een stuk sneller met een boormachine. Om de stok-met-zuignap in een boormachine te kunnen plaatsen heb ik de plastic steel vervangen door een stukje koperen buis (diameter 12 mm.). Let op; de boormachine wisselend linksom en rechtsom laten draaien met een laag toerental! Zorg dat er steeds nieuwe slijppasta wordt aangebracht (er mag geen “ijzer op ijzer” schuren). Het aanbrengen van de slijppasta kan het beste met een klein kwastje. Licht de klep iets op, zodat de pasta tussen de klep en de zitting komt.
Het schuren moet met weinig druk gebeuren. De zuignap werkt daar aan mee, want met te veel druk “plakt” de zuignap niet aan de klep. Tussentijds de klep en de zitting grondig schoonmaken en het resultaat beoordelen. Het geschuurde vlak is goed te zien. Het moet gelijkmatig zijn. Volgens het “boekje” mag de maximale breedte van het contactvlak van de inlaatklep 1,45 mm zijn en van de uitlaatklep 1,80 mm. Bij vrijwel alle (oudere) motoren zijn de kleppen dieper ingeslagen en is het contactvlak groter (soms wel twee keer zo breed). Door het schuren van de klep in de boormachine (met schuurpapier) kan het contactvlak verkleind worden. Je maakt de diameter van de klep wat kleiner. Uiteraard kunnen daarbij de slijphoeken van de klep en de zitting niet “volgens het boekje” worden gemaakt. Het kan betekenen dat de kleppen n a enige tijd niet goed afsluiten. Dan is een revisie van de cilinderkop alsnog nodig (nieuwe kleppen en zittingen). Voor de sleutelaars is er dan weer een nieuw hobby-moment.
Op de foto de hulpstukken voor het (de)monteren van de kleppen.

Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze



Je kunt ook een trekker maken van het middelste deel van een wiel.
Nu de remtrommel eraf is, kun je de remschoenen vernieuwen en het wiellager vervangen. Het wiellager zit opgesloten achter een grote ringmoer. De binnen diameter is 62 mm.. De buitendiameter is bij de 2CV/ Dyane kleiner dan bij de Ami/Acadiane. (Let op! Dat geldt ook voor de lagers.) Nieuwe Lagers voor de Ami zijn moeilijk te vinden en zijn aanmerkelijk duurder.
De ringmoeren zijn geborgd door centerpunten. Deze moet je eerst een stukje uitboren (4 mm. boor) voordat je de ringmoeren gaat losdraaien. Ik heb een aantal keer gezien dat een sleutelaar de ringmoeren los tikt met een doorslag en een hamer. Doe dat niet!!! De ringmoer en de remtrommel raken dan zwaar beschadigd.

Overigens zal de schroefdraad toch wel iets beschadigd zijn door de borging. Je kan de draad een beetje herstellen met behulp van een schroefdraadvijl. Dit stuk gereedschap is voor de kitcarsleutelaar een heel mooi verjaardagscadeau.

e moet goed gereedschap gebruiken. Mijn eerste poging om de de ringmoer los te krijgen was het maken van een sleutel van staaltrippen (30×6 mm.), maar die was niet sterk genoeg om de ringmoer los te krijgen. Een goede oplossing is het aanpassen van de dopsleutel 44.

In de rand van de dop worden twee uitsparingen geslepen. (Gebruik een haakse slijptol met een dunne doorslijpschijf.) De uitsparingen moeten 8 mm. breed en 12 mm. diep zijn. In deze uitsparingen wordt een stang gelegd die precies moet passen in de uitsparingen in de dop en in de uitsparingen van de ringmoer.
Gebruik een stang Chromvanadium anders is het niet sterk genoeg. (Ik heb een stuk draai-stang van een oude doppenset gebruikt.) De ringmoer kan heel erg vast zitten, dus je moet de remtrommel stevig in de bankschroef vastzetten. Om te voorkomen dat de (aangepaste) dopsleutel uit de ringmoer springt, moet je er een lijmklem op zetten.

Dat kan als je een stevig houten blok aan de achterzijde van de remtrommel legt. De ringmoer die ik moest losdraaien kwam pas los toen ik de draaistang van de dopsleutel met een pijp van ongeveer een meter had verlengd. Er is dus brute kracht voor nodig.
Het monteren van het lager gaat in omgekeerde volgorde. Een nieuwe of schoongemaakte lager moet van kogellagervet worden voorzien. Vul de ruimte voor ongeveer 1/3 deel. (Dus niet helemaal vullen met vet.) Zorg er voor dat er absoluut geen vuil in het lager komt. Plaats altijd een nieuwe kering voor het lager. Vergeet niet om de ringmoer te borgen door er twee centerpunten in te slaan.
Het vervangen van de lagers van de voorwielen gaat op een zelfde wijze. Het lager zit in het fuseehuis. Meestal zal het wel lukken om de lageropsluit-ringmoer los te krijgen zonder de wielarm te demonteren. Zorg dan wel voor een goede ondersteuning van de fusee als je veel kracht moet zetten.
De wiellagers zijn nu in orde en we hebben weer enkele speciale gereedschappen gemaakt.
Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze


Ik ga er vanuit dat je bij het sleutelwerk gebruik maakt van de 2CV-vraagbaak van P.H. Olving. (Let op; in dat boek is in de tekening van de achterrem een verwisseling van de nummers 9 en 10 bij de benaming van de onderdelen.) Op de meeste punten hoef ik hier niet in te gaan. Er zijn echter twee zaken die meer aandacht verdienen. Het gaat om de plaats van de remschoenen en het afstellen van de excentrieken.
In één set remschoenen zitten meestal twee verschillende remschoenen. Het verschil zit in de afstand tussen de “top” van de metalen schalen en de remvoering. Bij de ene schoen loopt de remvoering door tot aan de top en bij de ander zit daar over enkele centimeters geen remmateriaal. Bij het punt waar de remschoenen scharnieren is een zelfde verschil te zien.

(NB! Er zijn vervangingssets in de handel waarbij de beide remschoenen gelijk zijn.) Het verschil in de plaats van de remvoering is in verband met de draairichting van het wiel. De voorste remschoen’”steekt” tegen de draairichting in en levert daardoor meer remkracht dan de achterste remschoen. Door het verschil in remvoering wordt de remkracht per remschoen beter verdeeld. Let op! De remschoen met de langste kale stuk aan de top (bij de remcilinder) moet aan de voorkant (rijrichting van de auto) zitten!
Nog een tip: schuin de uiteinden van de remvoering iets af (met een vijl of schuurpapier). De rem zal daardoor fijner aangrijpen!
Het afstellen van de excentrieken is niet zo eenvoudig. Met de excentrieken kunnen de scharnierpunten van de remschoenen worden verplaatst. De bedoeling is dat het onderste gedeelte van de remvoering – ruststand- dicht bij de remtrommel ligt. De remvoering kan dan over een grote lengte tegen de remtrommel worden gedrukt. De excentrieken moeten afgesteld worden met gedemonteerde trommels. Je kan de afstand tussen de remschoen en de trommel dus niet direct meten. Citroën heeft een speciaal hulpmiddel om deze afstelling te doen, maar we kunnen het ook met behulp van een schuifmaat.


Eerst meet je in de remtrommel de afstand van de binnenring van het wiellager tot aan de trommelwand. De wiellagers moeten daarbij goed aangesloten liggen. Door een meetlat in de binnenring te plaatsen kun je de afstand tot de trommelwand meten (dat zal zo rond de 72 mm. liggen). Deze maat fixeer je op de schuifmaat. (Je kan de maat ook bepalen door de diameter van de remtrommel te meten en de diameter van de as (= 36 mm.) er af te trekken en dat door 2 te delen. Je moet dan wel een grote schuifmaat hebben!)
Je kunt nu de remschoenen monteren, zonder de moeren op de scharnierpunten echt vast te zetten. Zorg ervoor dat de stelnokken zijn teruggedraaid. Je draait nu de excentrieken zodanig aan dat de onderste punt van de remvoering iets binnen de eerder bepaalde maat ligt. Je meet dat met de schuifmaat vanaf de as. Controleer deze maat over de gehele lengte van de remvoeringen.
Daarna kun je – voor proef- de remtrommel monteren en met de stelnokken de remschoenen afstellen. In feite stel je daarmee de “toppen” van de remvoering af. Probeer nu voorzichtig de remtrommel te verwijderen. (Zodanig de stelnokken iets uitdraaien.) Daarna kun je de maat tussen de buitenkant van de remvoering en de as nauwkeurig meten en zo nodig de excentrieken nog wat bijstellen.
Als alles goed is, kun je de moeren van de scharnierpunten vastdraaien en borgen. Daarna de remtrommel en het wiel monteren. Nu nog de stelnokken nauwkeurig afstellen … en klaar is de klus!!!
Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze


Slechts op één van de moeren aan de achterzijde kan een ringsleutel worden geplaatst. Ook voor een normale steeksleutel is er geen ruimte.

Om dit probleem op te lossen kun je zelf een “Carburateursleutel” maken. Hiervoor heb ik een zeer slanke steeksleutel van het merk STAHLWILLE gebruikt met sleutelmaten 10 en 11 mm.. In de steel van de sleutel heb ik twee scherpe knikken gebogen.
De sleutel-openingen heb ik , met een vijl, vergroot tot respectievelijk 11 en 12 mm. (die 11 mm. is niet nodig voor de carburateur, maar kan elders goed van pas komen!)
De wanden van de sleutelopening zijn nu dus dunner dan van een “normale” steeksleutel 12 mm. Dit geeft extra ruimte om de moeren te kunnen draaien. Als de carburateur van de motor af is, neem dan de gelegenheid te baat om de ruimte rond de moeren wat te verruimen. Met een vijltje en/of Dremel kun je wat materiaal weghalen, dat geeft je veel gemak bij het monteren.
Er is nog een mogelijkheid om de montage van de carburateur eenvoudiger te maken. )Bij voorbeeld als je geen 12 mm. moeren hebt.) Bij de kitcars, waarbij de “hotspot” in het spruitstuk verwijderd is, kun je de onderzijde van de flens van het spruitsstuk bewerken. Je maakt dan vlakke stukken ter plaatste van de tapeinden. De gaten van de tapeinden boor je uit (8,5 mm.) en je kan dan de carburateur monteren met de M8-bouten, waarbij “gewone” M8-moeren aan de onderzijde van de flens worden gebruikt. Om de moeren aan te draaien heb je maar een kleine slag, maar het lukt wel.

Nog één puntje wil ik noemen: Kijk goed naar de haken aan het eind van de trekveer van de gasklep. Het komt veel voor dat die verregaand zijn doorgesleten. Als de haak breekt dan zal de gasklep geheel open blijven staan. Het gevolg is dat de motor “over de toeren wordt gejaagd” en onherstelbaar beschadigd kan worden. Zelf heb ik gekozen voor het monteren van twee veren. Deze moet je dan wel minder strak spannen, zodat de kracht op de as van de gasklep niet toeneemt.
Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze


Met een fijne zaag en houtrasp wordt het blokje grof in model gebracht (bolvormig, langwerpig of taps, al naar gelang je wenst). Voor de fijne afwerking plaats je het blokje met het draadeinde in de boormachine. Terwijl het blokje ronddraait houd je er schuurpapier tegenaan. Eerst gebruik je grof schuurpapier met een stevige steun er achter, daarna fijn schuurpapier. Net zo lang doorgaan tot je een gladde knop krijgt met een mooie vorm. In de doorboring van 8 mm. tap je aan de onderzijde een schroefdraad van M10. Dat is de maat van de schroefdraad aan het einde van de schakelpook. Je kan de knop nu op de schakelpook schroeven.

Wat we nu nog nodig hebben is een plaatje met het schakelpatroon er op. Ook dat kun je zelf maken. Ik gebruikte daarvoor slagletters/ -cijfers van 4 mm. Het is moeilijk om alle cijfers even diep in te slaan. Daarom heb ik een trucje verzonnen.
Met een lijmklem heb ik alle tekens op de juiste plaats bijeengeklemd en het geheel met de bankschroef in een aluminiumplaatje geperst.


Voor de afwerking wordt het hout 5 keer afgelakt met blanke scheeslak en het aluminiumplaatje wordt mooi glanzend gepolijst. De tekens en lijnen worden met zwarte verf gevuld. rest nog om het plaatje met blanke lijm in de knop te plakken en de knop op de pook te schroeven (al of niet met lijm).
Zo nu hebben we een schakelpookknop met het schakelschema er op. Ik weet dat er kitcarbouwers zijn die een nog veel mooiere knop hebben gemaakt, maar dit is een product dat ik kan maken met de middelen die ik heb. Het zelf doen met (afval-) materiaal en met eigen middelen is voor mij het uitgangspunt bij de bouw van mijn kitcar. Het gaat om de hobby van het zelfbouwen en dat is leuk.
Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze



Let op de veiligheid. Doe dit werk met twee mensen en gebruik goede handschoenen en veiligheidsbril!
Na het afslijpen kun je met een schuurpapier de draaiende poelie ook gemakkelijk blank schuren. wat we nu nog moeten doen is een moer in het midden van de poelie vastlassen.

Neem daarvoor een moer met de schroefdraad 12 x 1,25 mm.. Die kun je gemakkelijk vinden, want dat is de maat van de wielmoeren van de 2CV. Uiteraard moet je de flens die aan de wielmoer zit verwijderen. De hoekjes van de zeskanten van de moer moet je een heel klein beetje afvijlen. Dan past de moer precies goed vast in de opening. Je kan daarvoor een montagepunt van de schrokbreker gebruiken, die heeft ook schroefdraad 12 x 1,25 mm.. De moer wordt vastgelast. Nu de las en het voorvlak van de moer goed glad afslijpen en de poelie is klaar. uiteraard nog even een paar lagen primer en lak aanbrengen.

Je kan de poelie nu monteren met een “gewone” M10 bout. (Een RVS-bout staat wel zo fris.) De M10 bout past precies binnen de schroefdraad van de ingelaste 12 mm. moer.
Als je de poelie wilt verwijderen, dan draai je de M10 bout er uit en je draait er een “trekker” in met schroefdraad 12x 1,25. Het eerste deel van deze bout (de “trekker”) moet tot een dikte van 8 mm. afslijpen. Deze diameter heeft vrije doorgang in de schroefdraad van M10.
Door de fijne schroefdraad van de poelietrekker kun je poelie zodner veel kracht te zetten los trekken.
Zo, nu hebben we het werk van de Citroën-constructeurs toch verbeterd!!!!!
Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze


Om een “eend-achtige-auto” op te krikken moet je op je garagekrik de tilschotel vervangen door een dwarsbalk. Ik heb daarvoor een vierkante buis, 40×40 mm, lang 60 cm, genomen en daaraan een massief rond stuk gelast (diameter 30 mm., lang 70 mm.). De vierkante buis heb ik met vilt (stuk ondertapijt) beplakt.

Je moet echt werken met een dwarsbalk die goed vast steekt in krik, dus niet met een losse balk op de schotel van de krik. De auto wiebelt dan gemakkelijk van de krik af en dat kan erg gevaarlijk zijn!

Om te voorkomen dat de auto van de krik af schuift moet je aan de onderrand van het chassis stukjes hoekprofiel bevestigen.
Breng die aan op de plaats waar de balk van de krik komt als je de krik onder de auto schuift (en je met de krikboom nog kan “pompen”). Deze plaats zal ongeveer in de buurt zijn van de voor- en achterwielen. Op deze plaats is de kans erg klein dat de aangebrachte hoekstukjes stuk gaan op een verkeersdrempel.

Bij de kitcar die ik aan het bouwen ben bevestig ik sledes onder de randen van het chassis (omdat ik de kitcar erg laag ga afstellen). Voor het plaatsen van de krik maak ik uitsparingen in de sledes.
De allerbelangrijkste tip: nooit, nooit, nooit onder een auto werken die alleen op de krik rust. Je moet dan altijd een stevige ondersteuning aanbrengen, al was het maar een stapel stoeptegels. Ik wens jullie veel “veilig” sleutelplezier.
Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze


Als je een donorauto sloopt moet je alle nog goede doorvoertules bewaren, je hebt dan al een aardig voorraadje. Let op dat voor een kabelkruising in een polyester wand een tule nodig is met een bredere spleet in de omtrek.
Het doorvoeren van een nieuwe kabel door een tule is gemakkelijk, maar als je een kabelbundel -met stekkers en al- wil doorvoeren dan lukt dat niet. Daarvoor gaan we een ander oplossing maken.
In de wand maken we een gat dat groot genoeg is om de stekker er door te steken. We maken in een metaalplaatje een gat met dezelfde afmeting. Dat plaatje bevestigen we met enkele boutjes aan de wand. Tussen de wand en het plaatje bevestigen we een stuk rubbermat met daarin een gat dat precies rond de kabel past. Door een snede te maken van het gat naar de rand van het rubber, kan het rubber op de kabel geschoven worden. Als het rubber tussen de wand en het plaatje wordt geplaatst en het geheel wordt met de schroeven stevig vastgezet, dan is er een waterdichte en “veilige” kabeldoorvoer. Als je wilt kan je in één doorvoer meerdere kabels aanbrengen.
Voor de foto’s heb ik een stuk hardboard een doorvoer voor een kabel met een stekker gemaakt.


Zo, nu kunnen we een kabel met stekker en al op een goede manier door een plaat steken.
Ik wens jullie veel sleutelplezier.
Groeten Ger-Kitcar-de-Vrieze









